Mondial Assistance coördineert hulpverlening bij rampen

Mondial Assistance coördineert hulpverlening bij rampen

Amsterdam, 1 april 2009 – De alarmcentrale van Mondial Assistance coördineert vanaf vandaag een jaar lang de hulpverlening aan Nederlandse reizigers bij rampen in het buitenland. Zij nemen deze rol over van de ANWB. Het rampenprotocol treedt in werking als er bij een ramp in het buitenland acht of meer Nederlanders betrokken zijn.

Elk jaar krijgt op 1 april één van de vier grote hulporganisatie de functie van eerste aanspreekpunt bij calamiteiten in het buitenland. Naast Mondial Assistance en de ANWB zijn dat ook SOS International en EuroCross Assistance.

Als coördinerend alarmcentrale moet Mondial Assistance bij een ramp zo snel mogelijk gegevens achterhalen, zoals de ramplocatie, het aantal betrokken Nederlanders, het aantal slachtoffers en mogelijk letsel van de slachtoffers. Daarnaast stemt Mondial Assistance met de andere alarmcentrales de daadwerkelijke hulpverlening vanuit Nederland af. Indien nodig formeert Mondial Assistance een team hulpverleners om direct naar de ramplocatie af te reizen. Dit team – dat meestal bestaat uit een arts, een verpleegkundige, een algemene hulpverlener en eventueel een psycholoog - kan direct afreizen naar de rampplek om daar slachtoffers te helpen.

De samenwerking tussen de Nederlandse alarmcentrales bij rampen is uniek. In de andere 28 landen waarin Mondial Assistance actief is, komt deze vorm van samenwerking niet voor. Het grote voordeel van dit protocol voor betrokkenen bij een ramp is dat via één alarmcentrale snel inzicht wordt verkregen in de omvang ervan. De vier hulporganisaties gezamenlijk beslissen vervolgens wie de hulpoperatie daadwerkelijk gaat uitvoeren. Zo is de hulpverlening beter af te stemmen en wordt voorkomen dat meerdere alarmcentrales een medisch team uitsturen. Dit voorkomt eventuele onduidelijkheden ter plaatse. Het rampenprotocol ontstond na de vliegramp in Faro (Portugal) in 1992.

Top